Uitpeilen bij het matchvissen

Ik weet dat heel veel vissers een beetje ‘bang’ zijn van het matchvissen, het vissen dus eigenlijk met een dobber in combinatie met een werphengel.
Ik kan dat op zich wel begrijpen. Dit is ook niet de meest gemakkelijke vismanier om aan te leren.
Tegelijkertijd echter is matchvissen de meest kundige manier van vissen die ik ken en is het echt prachtig om te doen als je het een beetje onder de knie krijgt.
Als je erover nadenkt komen de ‘problemen’ bij deze manier van vissen steeds neer op ‘meer van hetzelfde’. Je vist op een grotere afstand met een kortere hengel als je het vergelijkt met het vissen met een vaste stok waardoor je simpelweg minder ‘controle’ hebt.
Het uitleggen van deze matchvisserij is iets dat ik in verschillende tips ga proberen te omschrijven. Op dit moment ga ik me toeleggen op het omschrijven van een van de belangrijkste dingen die je moet weten voordat je met het vissen begint, het uitpeilen van de diepte van je visplaats.
Ik sprak net over minder controle. Dat komt hier al meteen tot uiting. Bij het vaste stokvissen zou je nu simpelweg een peilloodje op de haak zetten en dit recht onder de top van de hengel naar beneden laten zakken. Zo kun je super secuur de precieze diepte en de diepteverschillen van de visplaats uitpeilen waardoor je een perfect ‘beeld’ krijgt van de bodemstructuur ervan.
Het zal iedereen meteen duidelijk zijn dat deze perfecte manier van uitpeilen bij het matchvissen iets minder gemakkelijk zal zijn. Zoiets is gewoon niet te realiseren. Toch zal het veel lezers verbazen hoe zuiver je wel degelijk dit uitpeilen kunt doen.
Ik heb al veel verschillende vissers op heel veel verschillende manieren de diepte zien uitpeilen bij het matchvissen. Prima! Het enige dat telt is dat je een zo goed mogelijk ‘beeld’ krijgt van de precieze diepte en de manier waarop is verder niet belangrijk.
Zelf houd ik van zo simpel mogelijke oplossingen en dat geldt met name hier. Een tijdje geleden zag ik in Italië de volgens mij meest perfecte manier die er is. Het enige probleem is dat je er wel een hengel voor moet ‘opofferen’.
Wat je nodig hebt is simpelweg een zware, niet of nauwelijks voorgelode matchdobber en een nog veel zwaarder uitpeilloodje onder aan de montage dat je als werpgewicht gebruikt. De precieze omstandigheden verschillen natuurlijk overal maar mijn advies is om hier te werken met een behoorlijk verschil tussen dit gewicht en het draagvermogen van de dobber. In Italië zag ik voor het uitpeilen op een afstand van ruim 30 meter op een vrij ondiep water een dobbergewicht gebruikt worden van 18 gram terwijl er een loodje werd gebruikt van 30 gram. Bij het uitpeilen ga je nu de dobber gebruiken als schuifdobber die bij het begin van de worp gewoon tegen het loodje ‘aan’ hangt. Je moet dus wel een stuitje op de nylon maken waartegen de schuifdobber kan aanschuiven, zoals altijd bij het vissen met schuifdobbers.
Nu de praktijk. Wat gebeurt er wanneer je het stuitje op een te ondiepe diepte hebt staan? De dobber van 18 gram zal onmiddellijk worden ondergetrokken wanneer de dobber het stuitje heeft bereikt en het loodje nog niet op de bodem ligt.
Wat gebeurt er als wel de juiste diepte is bereikt? Het loodje ligt op de bodem, de dobber heeft het stuitje nog niet bereikt en valt dus onmiddellijk plaat op het water.
Waarom is het nu zo belangrijk om relatief zware dobbers te gebruiken? Ze hebben simpelweg veel drijfvermogen waardoor ze zo direct mogelijk en recht mogelijk precies boven het op de bodem liggende loodje aan het wateroppervlak komen. Zo kun je heel simpel en verbazingwekkend secuur de precieze diepte uitpeilen.
Om nu exact de diepte van de te gebruiken matchhengel te verkrijgen leg je de ‘uitpeil’-hengel op de oever en de te gebruiken hengel er pal; naast waarna je de diepte ervan precies aanpast. Simpeler kan volgens mij niet en beter kan eigenlijk ook niet!
Nog een heel mooi bijkomstig voordeel van dit systeem is dat je de uit het water stekende dobber van de uitpeil-hengel prima kunt gebruiken als ‘marker’ bij het aanvoeren en bovendien bij het bepalen van de exacte visafstand.

Jan van Schendel

Het vissen met fluorocarbon lijnen

Het vissen met fluorocarbon lijnen

Ik heb al eerder iets geschreven over dit onderwerp. Zeker wedstrijdvissers zijn altijd op zoek naar allerlei dingen die kunnen helpen om hun resultaten te verbeteren. Voertjes, nieuwe vissystemen en zeker ook nieuwe materialen, alles heeft hun aandacht.

Er zijn heel veel vismanieren zowel bij het vissen op zoet- als op zoutwater waarbij het gebruik van fluorocarbon vislijnen algemeen is ingeburgerd. Het bass vissen in Amerika, het vliegvissen overal op de wereld, het zijn maar een paar voorbeelden van visserijen waarbij het gebruik van fluorocarbon lijnen helemaal is ingeburgerd. Waarom? Omdat dit soort lijnen in het water gewoon absoluut minder zichtbaar zijn dan de gewone nylon die vaak wordt gebruikt.

Voor mij is het daarom maar moeilijk te begrijpen dat deze ontwikkeling, zeker in het Nederlandse wedstrijdvissen, nog steeds niet echt is doorgezet in onze visserij.
Ook in het wedstrijdvissen, waar je toch steeds meer te maken krijgt met schone en heldere wateren, zijn er momenten waarop het gebruik van fluoro carbon echt een verbetering kan zijn.

Het leuke van middenin het viswereldje te zitten is dat je, soms zowat letterlijk, in de praktijk met de neus op de feiten word gedrukt. Enkele weken tijdens het W.K. Jeugd in Portugal was er zo’n moment.
De Portugese ploeg stak er bij de U22 categorie echt met kop en schouders bovenuit. Iedere dag ving men, waar op het parkoers dan ook, met afstand de meeste vissen. Kortom men had echt enorm veel ‘voorsprong’ op de andere teams.
Ik kon snel verschillende redenen daarvoor zien. Men schoot perfect de bolletjes sticky mag op de precieze visplaats, men kon gewoon erg goed omgaan met matchhengels en ook begreep men precies de visomstandigheden.
Nu wilde het toeval dat de Portugese coach daar een oude bekende van me is. Lang geleden woonde hij in Brussel en was een hele grote bewonderaar van Marcel van den Eynde, net als ik. Die man heeft volgens mij wel een bepaalde bewondering voor hoe wij de zaken tegenwoordig aanpakken in Nederland met het Internationale vissen en hij deed echt alle moeite, zonder ook weer alle geheimen prijs te geven, om ons te helpen.
Vitor Rosa, want dat is zijn naam, bleek een echte topcoach te zijn en iemand vooral ook met een perfecte instelling. Niet alleen altijd maar ‘nemen’ en informatie vergaren maar ook nu het zo te pas kwam ‘geven’ en informatie delen. In het Internationale wereldje kom je elkaar altijd weer tegen en er is niemand die altijd alles weet. Zo help je dus elkaar, alleen zijn de meeste mensen onbetrouwbaar daarin zo is me al vaak gebleken. Zoniet dus met Vitor!

Vitor kwam naar me toe op een morgen en hij zei alleen kijk eens naar het water, kijk eens naar de diepte (of beter ondiepte) ervan, kijk eens naar de zon boven het water en denk eens na over hoe de vissen hier azen.
De beste vismanier was het schieten van kleine bolletjes geplakte maden waarbij het belangrijk was de zodra de maden het water bereikten de bolletjes moesten openbreken zodat de maden los naar beneden zakten. De meest voorkomende vissen waren barbeeltjes. Normaal gesproken bodem azers maar niet hier waar ze vaak het zakkende aas al halverwege onderschepten.
Vervolgens vroeg hij me of ik ook niet dacht dat alles in het water wel super zichtbaar was voor de azende vissen, de haak en vooral ook de lijn. Ik kon me dat wel voorstellen en toen vertelde hij me dat bij zijn team ‘alles onder water’ fluorocarbon was vanwege deze reden.

Bij mij viel het kwartje onmiddellijk eigenlijk en het mooie was dat ik zeker wist dat ik spoeltjes SPOOKY bij had, de fluorocarbon lijn in ons JVS gamma.
Dezelfde dag nog maakte ik er een montage mee voor een van onze vissers en die was er erg tevreden over. Vanaf dat moment zijn we het allemaal gaan gebruiken. Het was daar een super delicate visserij met dunne lijnen en kleine haakjes, en in mijn ogen kon dit alleen maar goed zijn.
Als ik er nu op terug kijk en de wedstrijd analyseer dan vind ik het nog steeds bijna onvoorstelbaar dat wij daar wegliepen met de bronzen medaille terwijl we verschillende teams achter ons lieten die normaal veel beter matchen en aas bijschieten dan wij. Eigenlijk kregen wij gewoon onvoorstelbaar veel aanbeten en ik ben ervan overtuigd dat dit heel veel te maken heeft gehad met het gebruik van deze lijnen.

Allemaal mooi en wel zult U zeggen, maar wat hebben wij daaraan?
Ook in Nederland worden de wateren steeds meer helder. Dat is gewoon zo. Wel zijn bij ons de wateren vaak wat dieper dan daar in Portugal maar toch wordt dus ook bij ons alles steeds zichtbaarder voor de aanwezige vissen.

Er zijn zoveel toepassingen bedenkbaar voor onze visserijen. Wat dacht U van het vissen met name met fluorocarbon onderlijnen? Ook en misschien wel vooral bij het feederen. Ik denk hierbij meteen aan het vissen op de rivier de Maas waar iedereen erover klaagt dat je soms meters diep in het water kunt kijken en soms de bodem kunt zien.
Bij het vaste stokvissen zijn dunne lijnen misschien vaak net zo belangrijk. Je moet vaak licht en dun vissen om simpelweg nog aanbeten te krijgen. Bij dat soort omstandigheden kan het toch alleen maar goed zijn om een minder zichtbare lijn te gebruiken? Dat is toch ook de reden dat je dun vist?

Er kleeft bij ons zuinige Nederlanders wel een klein nadeel aan het gebruik van fluorocarbon, het is aardig duurder dan de gewone nylon.
Van de andere kant gezien, waar hebben we t eigenlijk over? Wedstrijdvissers spenderen vaak een godsvermogen aan hun materiaal. Dan is een klein beetje extra geld voor een heel belangrijk doel toch niet onoverkomelijk? Vooral niet als je bedenkt dat we vaak alleen praten over onderlijnmateriaal.

Ik ben ervan overtuigd dat in de toekomst het belang van het gebruik van fluorocarbon lijnen alleen nog maar zal toenemen. Dat kan gewoon niet anders!!
Er zijn best wat merken die een dergelijke lijn in hun pakket hebben en er is heel veel verschil in kwaliteit. Ik kan alleen maar zeggen dat ik superenthousiast ben over onze SPOOKY. Dit is op dit gebied het beste materiaal dat verkrijgbaar is. Ik gebruik het zelf al vrij lang en ook vaak (wanneer ik nog vis tenminste). Zowel voor vaste stok onderlijnen of bij onderlijnen voor het feederen is het heerlijk materiaal om mee te werken. Soepel materiaal met een best hoge trekkracht. Ook de knoopvastheid, iets waarover je nog wel eens klachten hoort bij het gebruik van dit materiaal, is gewoon prima. Zeker bij het feederen gebruik ik het bijna altijd, simpelweg omdat ik het zo’n mooie soepele lijn vind.

Probeer het eens uit, vooral wanneer U vaak op heldere wateren vist!

Jan van Schendel

Cuppen en voercups

Een van de grootste ontwikkelingen in het Internationale vissen van de laatste jaren is het op de (hengelsport)markt verschijnen van voercups. Voor iedereen is het nu mogelijk om haarzuiver de gekozen visplaats aan te voeren.
Tegenstanders (vaak vissers die heel goed konden aanvoeren ‘met de blote hand’) zijn van mening dat het wedstrijdvissen erdoor is ‘genivelleerd’ en dat een gedeelte van de ‘kunde’ is weggenomen, andere vissers zijn erg blij met deze ontwikkeling. Een ding is in ieder geval een feit, voercups en het (bij) cuppen van voer is niet meer weg te denken uit onze sport.

De eerste keer dat ik het zelf in actie zag was nota bene in Nederland in de aanloop naar het toenmalige E.K. dat werd gehouden in Vries aan het Noord-Willemskanaal.
Ik kan niet beter de voordelen uitleggen dan beginnen met het vertellen over de visserij destijds daar.
Het Noord-Willemskanaal was nu niet echt een water waar veel was te vangen. Behalve in 1 betere sector ging het op de meeste plaatsen om het vangen van slechts enkele vissen.
Bij dat soort omstandigheden is het al helemaal belangrijk natuurlijk dat je niet teveel voert en dat het voer dat je voert ook precies op de goede plaats in het water terecht komt.

Zoals altijd met goede ideeën lijkt het nu allemaal heel simpel, toch moet iemand als eerste op het idee zijn gekomen om gericht op deze manier te gaan voeren en om de geschikte spullen daarvoor te ontwikkelen.
Ik zou in dit geval bij god niet weten wie ervoor verantwoordelijk is. Wel weet ik dat ik misschien al wel 30 jaar geleden voor het eerst een voercup zag, of beter gezegd, een attribuut dat je met een beetje fantasie een voercup zou kunnen noemen.
Sterker nog, toen ik later zelf in de hengelsport werkzaam was en een eigen groothandel had heb ik jaren lang letterlijk tegen de naweeën aangekeken van mijn al te enthousiaste aankoopdrang.
Ik zag de voercups van toen, met jawel een klepje bovenop het potje dat open en weer dicht ging, als een goed idee en besloot er een hoeveelheid van aan te kopen. Ik heb ze bijna allemaal meerdere keren kunnen tellen bij de jaarlijkse voorraadcontrole want ze bleken nog niet aan de straatstenen te slijten!
Uiteraard zijn de huidige cups veel beter ontwikkeld en functioneler, ik wilde er alleen maar mee zeggen dat al zolang geleden vissers in Engeland, want daar kwamen mijn voercups van destijds vandaan, over dit soort zaken aan het nadenken was.

De mogelijkheden en manieren om te werken met voercups zijn ontelbaar en oneindig. Het allerbelangrijkst is echter simpelweg het gegeven dat iedere visser nu haarzuiver een voerplaats kan aanleggen en zeker in het wedstrijdvissen is dat een must! Voor iedere visser zal een goed aangevoerde visplaats voordelen (lees meer vis) opleveren. Het is gewoon van grote waarde wanneer je jezelf als visser nooit hoeft af te vragen of alles wel op de goede plaats op de bodem ligt.

Als je echt praat over het cuppen van de voerbollen die in het water gaan bij het begin van de vissessie is het wel handig wanneer je over een goede cupping kit beschikt. Zo’n voerbal weegt wel iets en als de cupping kit gigantisch doorbuigt is nog de kans aanwezig dat je iets te kortbij voert. Tegenwoordig heeft bijna iedere hengel wel als accessoire een cupping kit die daar speciaal voor is ontwikkeld. Anders is het een goede (maar ook behoorlijk dure) oplossing om er enkele hengeldelen of een complete topset voor ‘op te offeren’
Ook wanneer je niet bereid bent om daar zoveel geld voor uit te trekken is er nog een acceptabele oplossing.
In ons eigen JVS programma hebben we universele cupping kits die altijd wel passend zijn te maken op iedere hengel en die je al koopt voor minder dan 25 euro.
Uiteraard heb je ook goede en stevige voercups nodig. Geen probleem, die zijn inmiddels heel gemakkelijk overal verkrijgbaar. Ook in ons eigen JVS programma hebben we uitstekende voercups trouwens die bovendien echt niet duur zijn.
Zorg er altijd voor dat de bollen die je voert goed in de voercup passen.

Ook tijdens iedere vissessie kun je eigenlijk alles wat je eventueel maar wilt bijvoeren brengen met een cup in wat voor vorm dan ook.
Kleine voerbolletjes met bijvoorbeeld wat extra aas kun je voeren met de cup waarmee je ook aanvoerde, en zelfs los aas is mogelijk of bijvoorbeeld wat los voer wat je in de voercup vermengt met extra water waardoor er een hele aantrekkelijke wolk op de visplaats wordt gevormd.

Ik noemde zonet het bij cuppen van los aas. Juist dat is minder ideaal om te doen met de voercup. Vaak zie je dat het aas al uit de cup valt voordat de visplaats is bereikt.
Vooral wanneer het maar om kleine hoeveelheden aas gaat is het dan ook beter om te werken met kleinere cups die voorzien zijn van een dekseltje (al dan niet met gaatjes erin of een soort van ‘binnenopening’)
Als je dit soort cupjes gebruikt kun je zelfs doorvissen en door simpel de hengel iets te draaien wat los aas exact op de visplaats ‘droppen’

Inmiddels zijn cups er natuurlijk in allerlei soorten, maten en afmetingen. Allemaal dienen ze hun eigen specifieke doel. Ik heb dan ook inmiddels een aardige collectie ervan.
Ik kan iedereen die dit leest adviseren om hetzelfde te doen. Het is heel simpel, het levert meer vis op!

Jan van Schendel