Vissessie

30-10 Lommel Belgie Verschillende “taplopen”

Vandaag was het eindelijk tijd voor iets dat al meer dan 2 jaar lang stond gepland. Ik zou een keer meegaan met Ramon Pasmans wanneer hij zoals hij het noemde “een paar stroompjes” ging afvissen.

Ramon is volgens mij afgestudeerd bioloog en heeft bijzonder veel verstand van alles wat met vissen te maken heeft, zo heb ik al vaak gemerkt.
Hij doet dit werk soms om vispopulaties “uit te rekenen” zoals ik het begrijp.
Dat afvissen houdt in de praktijk in het elektrisch bevissen van een klein gedeelte van zo’n water en het bekijken van de vispopulatie voor wat betreft omvang en samenstelling. Door middel van allerlei wetenschappelijke formules wordt dan de vispopulatie op zo’n heel water berekend.

Mooi allemaal, voor mij was natuurlijk de praktische kant van het verhaal het meest interessant.
Het werd voor mij echt een prachtige dag en ook een die me een heel andere kijk geeft op de gedragingen van vissen in het algemeen en sommige soorten in het bijzonder.
Wij vissers die al wat jaartjes in het wereldje rondlopen denken wel eens dat we er aardig wat verstand van hebben, nou in werkelijkheid weten we “verrekte weinig” ervan.

Allereerst, wat heb ik allemaal niet gezien aan vissoorten vandaag? Echt niet te geloven! Blankvoorn, ruisvoorn, kroeskarper, giebel, brasem, alver, blauwbandgrondel, riviergrondel, marmergrondel, snoek, baars, paling, schele pos, winde. 3 doornige stekelbaars en jawel, enkele 100% echte kopvoorns. O ja, en tot slot ook nog een kleine koi en een sluierstaart maar die zullen wel uit de kwekerij die hier in de buurt zit zijn ontsnapt.

Wat me vooral fascineerde is het “vluchtgedrag” van de meeste vissen, of beter gezegd het gebrek daaraan. We liepen, stroomopwaarts, door hele kleine en ondiepe stroompjes en toch bleven te vissen waar ze waren zonder voor ons uit te vluchten. Niet te geloven.

Het meest ongelooflijke vond ik de kopvoorns die we “vonden”. Ramon had me er al eerder over verteld maar om eerlijk te zijn geloofde ik hem niet en dacht dat hij, zoals zo vaak gebeurt, het had over windes of kruisingen of zo.
Zoiets zal ik na vandaag nooit meer denken over hem. Wat een verstand heeft hij over alles in de natuur. Niet alleen kent hij foutloos alle namen in onze moedertaal, hij zegt er de latijnse naam ook nog even meteen bij.

De kopvoorns dus. Hoe komen die vissen nu in godsnaam terecht waar wij ze vonden. Het blijkt dat het water daar uiteindelijk allemaal maaswater is. Maar zelfs dan is het nog steeds niet te bevatten dat die kopvoorns zeker 100 kilometer hebben afgelegd door wateren waar ze helemaal niet thuis horen (zoals verschillende kanalen) waarna ze via een minuscuul ingangetje in zo’n taploop terecht komen. Zoiets is toch ongelooflijk? De grootste kopvoorn die ik in mn handen had was als ik me niet vergis 48,5 centimeter en woog toch al snel 1500 gram. Volgens mij was die vis ook nog eens kerngezond want hij zag er perfect uit.
Wat is de natuur toch iets onvoorstelbaars soms.

Het is een dag geworden die ik niet snel meer vergeet. Ik heb het prima naar mn zin gehad. Logisch ook. Ik ben een echte natuurliefhebber en wat is er dan mooier dan zoiets als vandaag eens mee te maken in de praktijk. Ramon, hartstikke bedankt! 

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *